Een aantal jaren geleden had ik het boek “Colditz” van Reinhold Eggers gekocht bij een kringloopwinkel. In het boek zat gevouwen een krantenartikel van zaterdag 22 juni 1974. Een artikel over het Nederlandse Colditz-verhaal in aanloop van de toen nog te verschijnen Britse tv-serie over de wereldvermaarde Colditz-ontsnappingen. Hieronder het artikel van 45 jaar geleden:

COLDITZ: men zoekt het tevergeefs in een Nederlandse encyclopedie. Ook in de officiële geschiedschrijving van prof. dr. Lou de Jong komt het niet voor. In deel IV is alleen sprake van: “een oud kasteel in Sachsen”.
Toch heeft zich daar in Colditz, dat oude kasteel, een boeiend brok Nederlandse historie afgespeeld, die waard is aan de vergetelheid te worden ontrukt.

COLDITZ: In september gaat op onze Nederlandse beeldschermen de Britse tv-serie lopen, die in Engeland een fenomenaal succes boekte en wekelijks 17 miljoen kijkers aan de buis kluisterde. Er heeft zelfs een Colditz RAGE gewoed.

De (in de studio nagebootste) binnenplaats van Colditz met gevangenen op appèl, zoals die in de tv-serie te zien is.

Maar in de tv-serie, waaraan bekende acteurs meewerken als Robert Wagner en David McCallum, wordt géén aandacht besteed aan de belangrijke rol die de NEDERLANDERS in Colditz hebben gespeeld. De Polen en Fransen komen wel ter sprake maar voor het overige is het allemaal Brits wat de (Colditz-)klok slaat.

“Bad Boys”

COLDITZ: zo heet het oude kasteel in Duitsland, tussen Leipzig en Dresden, dus nu DDR, waar tijdens de tweede wereldoorlog zo’n 400 à 600 officieren van verschillende nationaliteiten gevangen werden gehouden: Britten, Belgen, Fransen, Polen en Nederlanders. Het waren de zogeheten “Bad Boys” (stoute jongens), die merendeels al uitbraakpogingen uit andere krijgsgevangenkampen hadden ondernomen en daarom als “onverbeterlijk” naar Colditz werden gestuurd.
Het was een “Sonderlager”, een speciaal kamp, dat in het begin door de Duitsers als “escape-proof” werd beschouwd. Dat wil zeggen: ze geloofden dat het onmogelijk was uit dit bolwerk te ontsnappen. Het oude bastion met zijn metersdikke muren en getraliede vensters lag boven op een ± 100 meter hoge rotspunt, werd omgeven door een diepe gracht en – niettegenstaande de verduisteringsvoorschriften – ‘s nachts fel verlicht door vele schijnwerpers. Er waren vaak meer bewakers dan gevangenen!
Colditz was voor beide groepen De Hogeschool van de Ontsnappingskunst… Duitse officieren die “gewone” krijgsgevangenkampen moesten bewaken, kwamen naar Colditz om daar in een speciaal “ontsnappingsmuseum” te zien wat er op dat gebied allemaal mogelijk was. Vandaar ook dat goudgevangenen uit Colditz nog zulke fraaie foto’s van zichzelf hebben, door Duitse fotografen officieel gemaakt na hun mislukte uitbraakpoging…

Handeltje

Die foto’s waren allereerst bestemd voor het “ontsnappingsmuseum”, maar de mannen in kwestie konden een afdruk kopen van de “Photographenmeister Moritz und Johannes Lange”, die er enerzijds een aardig handeltje aan hadden, maar aan de andere kant vele fotoalbums (en boeken, en kranten!) mee hebben gespekt. Foto’s die (groot)vaders nu trots aan hun (klein)kinderen kunnen tonen: “Kijk, hierdoor ben ik toen ontsnapt” of “Hier zie je pappie als Duits officier!”.

COLDITZ: in de 4 1/2 jaar dat het eeuwenoude kasteel dienst deed als het best bewaakte krijgsgevangenenkamp van het hele Reich (en dat wil wat zeggen!) zijn er meer dan driehonderd (meest geniale) ontsnappingspogingen geweest, waar er twintig met volledig succes bekroond werden. Alleen uit die aantallen blijkt hoe enorm moeilijk het was om er weg te komen…

Twintig geallieerde officieren hebben toen een zgn. “home-run” gemaakt. Dat wil zeggen dat ze kans zagen terug te keren naar hun eigen land, voor zover dat vrij was, of een ander, bevriend land. Niet minder dan zes van die twintig ontsnappingskampioenen waren Nederlanders! Naar verhouding een uniek resultaat, want er zaten in Colditz nog geen zeventig Nederlandse krijgsgevangen officieren naast – gemiddeld – zo’n 400-500 Engelsen, Fransen en Polen. Een Duitser in Colditz heeft het zo vastgelegd:

“HET ONTSNAPPINGSGEMIDDELDE VAN DE NEDERLANDERS WAS HET HOOGSTE VAN ALLE NATIONALITEITEN IN COLDITZ…”

Maar wat de Colditz-story vooral zo boeiend maakt zijn niet de aantallen vluchtpogingen of home-runs, laswel “de geest” van Colditz. De fantastische samenwerking en kameraadschap, de ontembare geestkracht van in het algemeen jonge, intelligente mannen – de “diehards” van de geallieerden – die weigerden het hoofd in de schoot te leggen. Integendeel, ze legden de grootst mogelijke vindingrijkheid en opperste moed aan de dag om hun vrijheid te herkrijgen en de strijd tegen de gehate vijand te hervatten.

COLDITZ: die mannen van vele nationaliteiten (die destijds op dezelfde Duitse bodem streden als deze zomer de WK-voetbalelftallen), lieten een samenspel, een behendigheid en een creativiteit zien die nadien nooit zijn geëvenaard. Omdat voor hen méér op het spel stond dan eer en geld: VRIJHEID, FAMILIE, VADERLAND. En zelfs: hun leven. Och, natuurlijk is het verleidelijk een parallel te trekken. Maar ook deze vergelijking moet uiteraard mank gaan. Want destijds werden de “spelers” nog zwaarder bewaakt dan dit jaar, om maar een voorbeeld te noemen…

Inspirator

COLDITZ: De Nederlanders hebben een groot aandeel gehad in het beramen van vluchtplannen, het graven van tunnels, het vervaardigen van valse papieren, stempels, Duitse uniformen enz. Vóór alles moet daarbij de naam worden genoemd van KNIL-kapitein Machiel van den Heuvel (die later als majoor in 1945 in Indonesië het leven heeft gelaten).

Voorzitter van de “Reisvereniging”: Kapitein Machiel van den Heuvel, de grote inspirator en coördinator van alle Nederlandse vluchtpogingen. Ook de Engelsen, die hem “Vandy” noemden, en zelfs de Duitsers hadden groot respect voor hem.

Kapitein Van den Heuvel werd door vriend èn vijand beschouwd als dé stuwende kracht achter alle Nederlandse ontsnappingspogingen. Als de grote inspirator, organisator en coördinator. Tijdens alle gesprekken die wij met leden van de Nederlandse Colditz-groep hebben gehad, kwam zijn naam steeds als eerste naar voren.

COLDITZ: de tv-serie is gebaseerd op de twee boeken die majoor Pat Reid, zelf een ex-gevangene, erover heeft geschreven: “Colditz 40-42” en “The Latter Days of Colditz”. Maar hoewel de auteur destijds Brits ontsnappingsofficier, vooral in zijn tweede boek veel lof toezwaait aan de Nederlanders, is daarvan helemaal niets terug te vinden in de Engelse tv-serie.

Om dat tekort althans enigszins aan te vullen heeft de VARA, die de serie heeft gekocht, zelf een inleiding gemaakt, waarin o.a. drie Nederlandse leden van de Colditzgroep aan het woord zijn.

Kapitein Chiel van de Heuvel (door de Engelsen “Vandy” genoemd) wordt door Reid zelfs hemelhoog geprezen. De Engelsman beschrijft “Vandy’s ongeëvenaarde persoonlijkheid” en geeft staaltjes van zijn moed en vernuft. Ruiterlijk wordt (in de boeken althans) toegegeven dat ook de Britten veel aan hem te danken hebben gehad.

Ook lof van de toenmalige vijand! Hauptmann Reinhold Eggers, tot begin 1945 verbonden aan de Colditz-staf en het laatste jaar “Abwehr-Offizier” (veiligheidsofficier) heeft over zijn belevenissen twee (in Engeland verschenen) boeken geschreven: “Colditz, the German Story” en “Colditz Recaptured”. Daarin steekt deze (later door iedereen als ‘correct’ beschreven Duitse bewaker) zijn bewondering voor de Nederlanders, en vooral hun “inventieve en actieve” kapitein Van den Heuvel, allerminst onder stoelen of banken.

Eén typerend citaat: “Het Nederlandse gezelschap was naar mijn mening uniek. Men kan in alle eerlijkheid zeggen dat zij allen voor één en één voor allen waren. Van de Nederlanders hebben we nooit enige “nonsens” gehad. Hun ontsnappingsgemiddelde was het hoogste van alle nationaliteiten in Colditz. Hun gedrag als militaire eenheid was onberispelijk, niet alleen in hun onverbiddelijke en actieve vijandigheid tegen ons! (…) Ik zou ze heel wat liever als bondgenoten hebben gehad dan als vijanden”.

Erewoordverklaring

COLDITZ: zoals vice-admiraal b.d. Frits E. Kruimink in Den Haag het tegenover ons formuleerde: “De juiste Colditz-story kan nooit worden geschreven zonder de Nederlanders en vooral kapitein Chiel van den Heuvel!”

Hoe ze er terechtkwamen is niet algemeen bekend. Daarom: op 14 juli 1940, twee maanden na de Duitse inval werden 53 man van het voormalige Kon. Nederlands-Indische Leger en 15 man van de Kon. Marine en Landmacht als krijgsgevangenen naar Duitsland gebracht omdat ze geweigerd hadden de zgn. erewoordverklaring te tekenen. Wie er het fijne van wil weten, leze het verslag van de Parlementaire Enquêtecommissie en Deel IV van prof. Lou de Jong.

De KNIL-officieren waren in Nederland als leraar verbonden aan de KMA en de Hogere Krijgsschool of toegevoegd aan de verschillende staven.
Via een kamp in Soest (West-Duitsland) kwamen ze uiteindelijk in het Sonderlager Colditz terecht, waaruit tijdens de eerste wereldoorlog niet één geallieerde krijgsgevangene was ontsnapt. Reeds vóór die tijd bewezen enkele Nederlandse officieren dat ze weinig voelden voor een permanent verblijf achter prikkeldraad. Marineluitenant Hans Larive deed in september 1940 al de eerste geslaagde vluchtpoging.

RA, RA… WIE IS MAX? Eén van de grootste Nederlandse stunts in Colditz: naar een idee van kapitein Van den Heuvel waren twee gipsen poppen gemaakt, die – met pet en lange KNIL-jas – voor Nederlandse officieren konden doorgaan als de gevangenen moesten aantreden om geteld te worden. Op die manier konden ontsnappingen vaak geruime tijd worden gecamoufleerd, zodat uitbrekers een belangrijke voorsprong kregen. Dank zij Max – in het midden – zijn minstens vier vluchtpogingen met succes bekroond voordat de Duitsers hem, samen met zijn reserve-collega Moritz, vonden.

Eerste vier

COLDITZ: in die zwaarst bewaakte gevangenis ter wereld kwamen de Nederlanders al meteen in actie. De eerste vier ontsnapten waren de KNIL-officieren A.L.C. Dufour en J.G. Smit en de marineluitenants H.E. Larive en F. Steinmetz. De eerste twee werden helaas vlak bij de Zwitserse grens (ruim 600 km verder!) in de kraag gepakt en uiteindelijk teruggebracht naar Colditz. Maar Larive en Steinmetz wisten het (neutrale) Zwitserland te bereiken.
Een maand later verdwenen majoor C. Giebel (de latere stafchef van de Kon. Luchtmacht) en luit. O.L. Drijber van het KNIL. Ook zij kwamen veilig over de Zwitserse grens en vandaar naar geallieerd gebied.

COLDITZ: waar de Nederlanders volgens de Engelse Colditz-historicus Pat Reid: “…koppig waren als ezels en dapper als leeuwen!” Een aantal ongemeen spannende ontsnappingsverhalen hebben wij opgetekend uit de mond van deze “ezels en leeuwen”. Samen vormen ze “Het Nederlandse Colditz-verhaal!”